Je kunt een verzamelgebouw restaureren, vullen met huurders en de lichten aandoen. Maar een plek echt laten leven, dat vraagt iets anders. In Rotterdam groeide Het Industriegebouw de afgelopen jaren uit van een leegstaand wederopbouwicoon tot een levendig bedrijfsverzamelgebouw. Vandaag werken hier meer dan tweehonderd ondernemers, makers en bedrijven onder één dak, aangevuld met horeca die het gebouw ook buiten kantoortijden laat doorleven. Waar veel vergelijkbare plekken te maken hebben met leegstand of moeite hebben om hun bezettingsgraad op peil te houden, is Het Industriegebouw vrijwel volledig gevuld. Ook andere bedrijfsverzamelgebouwen kijken mee. Want hoe krijgt Het Industriegebouw het wél voor elkaar om alle werkplekken gevuld te houden? Volgens directeuren Eva Sharo (36) en Desiree van den Wittenboer (40) zit het antwoord niet in stenen of vierkante meters, maar in een andere manier van kijken. Geen klassieke vastgoedaanpak, maar een benadering vanuit hospitality.
Een andere kijk op vastgoed
Die benadering vindt zijn oorsprong in de achtergrond van de directie. Eva studeerde creative writing en werkte in de creatieve sector, waar ze zich richtte op communicatie en branding. Desiree heeft een achtergrond in marketing en brand management en was betrokken bij verschillende horecaconcepten. Toen zij zich aansloten bij Het Industriegebouw, stond het pand nog grotendeels leeg. “Toen ik hier voor het eerst binnenkwam, dacht ik vooral: wat een plek,” zegt Eva. “Het was groot, rauw en verre van af, maar je voelde meteen de potentie.” Desiree: “Het was geen gestroomlijnde machine. En juist dat maakte het interessant, want je kon echt iets opbouwen.” Sinds 2020 staan ze samen aan het roer. Die samenwerking zit verweven in hoe het gebouw wordt aangestuurd. Waar de een sterker is in structuur en processen, beweegt de ander intuïtiever vanuit merk, sfeer en communicatie. Juist dat samenspel maakt dat ze snel kunnen schakelen en scherp blijven op wat er nodig is, van grote keuzes tot dagelijkse details.
Hospitality als fundament
Die manier van werken vertaalt zich direct naar hun aanpak. Het Industriegebouw wordt niet benaderd als vastgoed, maar als een plek waar mensen werken, elkaar ontmoeten en zich onderdeel voelen van een groter geheel. Hospitality vormt daarbij het uitgangspunt. “Je hebt hier niet alleen te maken met bedrijven, maar met mensen,” zegt Desiree. “Als je begrijpt wat mensen nodig hebben om goed te kunnen werken, volgt de rest vanzelf.” Dat zie je terug in hoe het gebouw wordt aangestuurd. Geen afstandelijke verhuurders, maar een directie die midden in het pand zit. Ze lopen dagelijks rond, kennen ondernemers bij naam en merken daardoor snel waar behoefte aan is. “We zitten hier zelf ook,” zegt Eva. “Dus we ervaren dezelfde dingen. Dat maakt dat je anders kijkt en sneller voelt wat er nodig is.”Een vol gebouw betekent niet dat ze gevrijwaard zijn van uitdagingen. Integendeel: de afgelopen jaren moest het kleine team continu schakelen. Tijdens covid, de energiecrisis en in de huidige geopolitieke context. De impact van zulke externe factoren is niet altijd direct zichtbaar, maar sijpelt via de community naar binnen. Stijgende grondstofprijzen en een minimumloon dat de afgelopen jaren met 30% is toegenomen, laten zich voelen, ook bij de ondernemers die hier kantoor houden. Dat vraagt om nauw contact met huurders, wendbaarheid in een voortdurend veranderende wereld en het vermogen om niet te snel in paniek te raken.
Een gebouw dat actief verbindt
Juist in die dynamiek zetten Eva en Desiree sterk in op verbinding binnen het gebouw. Waar in het begin vooral veel creatieve ondernemers hun plek vonden, is het gebouw inmiddels uitgegroeid tot een bredere mix van bedrijven. Van ontwerpstudio’s en architecten tot techbedrijven, consultants en start-ups. Juist die combinatie zorgt voor dynamiek en nieuwe samenwerkingen binnen het pand, die ze ook actief stimuleren met talks, events en initiatieven tussen ondernemers onderling. “Het mooiste is als mensen elkaar hier weten te vinden,” zegt Desiree. “Dat er vanzelf samenwerkingen ontstaan, omdat je elkaar gewoon dagelijks tegenkomt.” Daarin nemen ze zelf ook nadrukkelijk het voortouw. Waar mogelijk werken ze samen met ondernemers uit het gebouw zelf, van creatieve partners tot horeca en makers. “Waarom zou je het talent dat hier zit niet benutten?” zegt Eva. “Het zit hier letterlijk onder één dak.” Juist die combinatie van zichtbaarheid, betrokkenheid en verbinding maakt dat Het Industriegebouw meer is dan een werkplek. “Je wilt dat mensen hier niet alleen komen werken, maar ook willen blijven,” zegt Desiree. “Dat ze zich onderdeel voelen van wat hier gebeurt.”
Blijven bouwen aan wat werkt
Dat Het Industriegebouw vandaag vrijwel volledig gevuld is, zien Eva en Desiree niet als eindpunt. Integendeel. Juist nu ligt de focus op blijven investeren in kwaliteit, in het gebouw en in de mensen die er werken. “Een vol gebouw is geen eindpunt,” zegt Desiree. “Dan begint het werk eigenlijk pas echt. Juist dan moet je blijven investeren, blijven verbeteren en blijven kijken naar wat de mensen in het gebouw nodig hebben.” Vooruitkijkend is er ruimte voor groei. De gedachte aan een HIG 2.0 leeft, maar altijd vanuit dezelfde basis. Eva: “Het mooiste zou zijn als we dit op een andere, minstens zo iconische plek weer kunnen neerzetten. Op een soortgelijke manier als hier.”